Heb je hard gespaard en staat er inmiddels een mooi bedrag van € 100.000 op je rekening? Dan vraag je je waarschijnlijk af hoeveel belasting je hierover moet betalen in 2026. De regels voor de vermogensbelasting (Box 3) veranderen namelijk elk jaar. In dit artikel rekenen we daarom precies voor je uit wat je kunt verwachten, zowel voor alleenstaanden als voor fiscale partners.
Introductie – hoeveel belasting betaal je in Nederland over €100.000 spaargeld
Het bezitten van een aanzienlijk spaarbedrag, zoals € 100.000, is een prachtige financiële mijlpaal. Het geeft je niet alleen een gevoel van veiligheid, maar biedt ook mogelijkheden voor de toekomst. Echter, met vermogen komt ook verantwoordelijkheid, en in Nederland betekent dit helaas ook belastingplicht. De vermogensrendementsheffing, beter bekend als de belasting in box 3, is al jaren een onderwerp van felle discussie en regelmatige veranderingen. Zeker nu we richting 2026 gaan, is het cruciaal om precies te weten waar je aan toe bent. De regels zijn namelijk complexer geworden door de invoering van de overbruggingswetgeving, die geldt totdat er een definitief nieuw stelsel is.

In dit uitgebreide artikel nemen we je daarom stap voor stap mee door alle fiscale aspecten van jouw spaargeld in 2026. We kijken niet alleen naar de kale cijfers, maar duiken ook in de achtergrond van de regelgeving, de verschillen met voorgaande jaren, en de specifieke situaties voor alleenstaanden en partners. Bovendien vergelijken we de belastingdruk op sparen met die op beleggen, zodat je een weloverwogen keuze kunt maken over wat je met je vermogen doet. Of je nu spaart voor een huis, je pensioen, of gewoon voor een appeltje voor de dorst: na het lezen van dit artikel weet je precies hoeveel de fiscus van jouw € 100.000 verlangt.
De turbulente geschiedenis van Box 3
Om te begrijpen waarom we in 2026 belasting betalen zoals we dat doen, is het nuttig om kort terug te blikken. Jarenlang ging de Belastingdienst uit van een fictief rendement op je totale vermogen, ongeacht of je dat geld nu op een spaarrekening met 0% rente had staan of risicovol belegde. Dit leidde tot veel onvrede, vooral onder spaarders die belasting moesten betalen over rendementen die ze in de verre verte niet haalden.
Het keerpunt kwam met het beroemde ‘Kerstarrest’ van de Hoge Raad eind 2021. De rechter oordeelde dat de oude manier van heffen in strijd was met het eigendomsrecht. Dit dwong de overheid om het roer om te gooien. Het resultaat is de huidige overbruggingswetgeving, die geldt voor de jaren 2023 tot en met (waarschijnlijk) 2026. In dit systeem wordt er onderscheid gemaakt tussen drie categorieën vermogen: spaargeld, overige bezittingen (zoals beleggingen en vastgoed) en schulden. Voor elke categorie geldt een eigen fictief rendement, dat veel dichter bij de werkelijkheid probeert te blijven. Hoewel dit eerlijker is voor spaarders, blijft het een systeem gebaseerd op forfaits en niet op je daadwerkelijke inkomsten.
Belastingvrij sparen in 2026: de basis
Voordat we gaan rekenen, is het belangrijk om te weten dat je niet over je hele spaargeld belasting betaalt. Iedereen in Nederland heeft namelijk recht op een heffingsvrij vermogen. Dit is een bedrag dat je belastingvrij mag bezitten.
Voor 2026 is dit heffingsvrije vermogen vastgesteld op € 59.357 per persoon. Heb je echter een fiscaal partner? Dan mag je dit bedrag verdubbelen naar € 118.714. Alles wat je boven deze grens bezit, wordt vervolgens gezien als belastbaar vermogen.
Rekenvoorbeeld: Alleenstaande met € 100.000 spaargeld
Stel, je bent alleenstaand en je hebt precies € 100.000 aan spaargeld. Je hebt verder geen beleggingen of schulden. Hoeveel belasting betaal je dan?
Allereerst trekken we je heffingsvrije vermogen van je totale spaargeld af. € 100.000 – € 59.357 = € 40.643. Dit bedrag van € 40.643 is de grondslag waarover de Belastingdienst gaat rekenen.
Vervolgens kijkt de fiscus naar hoeveel rendement je fictief hebt behaald op dit geld. Voor spaargeld rekent de Belastingdienst in 2026 met een voorlopig percentage van 1,28%. € 40.643 x 1,28% = € 520,23. Volgens de Belastingdienst heb je dus € 520,23 verdiend met je spaargeld.
Over dit fictieve rendement betaal je uiteindelijk 36% belasting. € 520,23 x 36% = € 187,28.
Conclusie: Als alleenstaande betaal je in 2026 dus ongeveer € 187 belasting over € 100.000 spaargeld.
Wat betekent dit voor je koopkracht?
Laten we dieper inzoomen op de situatie van de alleenstaande spaarder met € 100.000. Zoals berekend, betaal je in 2026 ongeveer € 187 aan belasting. Maar wat betekent dit nu echt voor je koopkracht? Stel dat je spaarrente in 2026 gemiddeld 2,0% bedraagt. Op € 100.000 ontvang je dan € 2.000 aan rente. Na aftrek van de € 187 belasting houd je netto € 1.813 over. Je effectieve belastingdruk op je werkelijke rendement is daarmee 9,35%. Vergelijk dit eens met een situatie waarin de spaarrente slechts 1,0% zou zijn. Je ontvangt dan € 1.000 rente, maar betaalt nog steeds diezelfde € 187 belasting (want het fictieve rendement staat vast op 1,28%). In dat geval snoept de fiscus bijna 19% van je rendement af. Dit toont aan dat, hoewel het systeem verbeterd is, het vaste percentage van 1,28% nog steeds nadelig kan uitpakken als de marktrente onverhoopt daalt.
Rekenvoorbeeld: Fiscale partners met € 100.000 spaargeld
Ben je getrouwd of heb je een geregistreerd partnerschap? Dan ziet het plaatje er heel anders uit. Jullie mogen namelijk elkaars heffingsvrije vermogen bij elkaar optellen.
Samen hebben jullie een vrijstelling van € 118.714. Jullie gezamenlijke vermogen is € 100.000. Omdat € 100.000 lager is dan de vrijstelling van € 118.714, hoeven jullie helemaal geen belasting te betalen over dit spaargeld. Dit is een aanzienlijk voordeel ten opzichte van alleenstaanden.
Voor fiscale partners is de situatie dus rooskleuriger. Met een gezamenlijke vrijstelling van € 118.714 blijven zij met € 100.000 ruim onder de radar van de fiscus. Dit betekent dat elke euro rente die zij ontvangen, ook daadwerkelijk netto in hun zak belandt. Dit fiscale voordeel is een van de belangrijkste redenen waarom fiscaal partnerschap zo aantrekkelijk is voor vermogende stellen. Het stelt je in staat om vermogen strategisch te verdelen en optimaal gebruik te maken van de dubbele vrijstelling.
Vergelijking: betaal je nu meer of minder dan voorheen?
Het is interessant om te zien hoe de belastingdruk zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. Ga je er in 2026 op vooruit ten opzichte van 2025 en 2024? We hebben de cijfers voor een alleenstaande met € 100.000 spaargeld voor je op een rij gezet.
| Jaar | Heffingsvrij vermogen | Fictief rendement (sparen) | Belastingtarief | Te betalen belasting |
|---|---|---|---|---|
| 2024 | € 57.000 | 1,03% | 36% | € 159 |
| 2025 | € 57.684 | 1,44% | 36% | € 219 |
| 2026 | € 59.357 | 1,28% | 36% | € 187 |
Zoals je in de tabel kunt zien, was 2025 een relatief duur jaar voor spaarders. De belastingdruk steeg toen naar € 219 door een hoger fictief rendement. In 2026 daalt dit bedrag weer naar € 187. Dit komt doordat het heffingsvrije vermogen is gestegen én het fictieve rendement iets is gedaald.
Hoewel je in 2026 dus iets minder betaalt dan in 2025, ben je nog steeds iets duurder uit dan in 2024. Toch blijft de belastingdruk op spaargeld relatief laag in vergelijking met beleggingen.
Wat als je ook belegt?
De bovenstaande berekeningen gelden alleen als je vermogen voor 100% uit spaargeld bestaat. Heb je daarnaast ook beleggingen? Dan wordt het een ander verhaal. De Belastingdienst gaat er namelijk vanuit dat je met beleggen veel meer rendement haalt dan met sparen.
Voor beleggingen (zoals aandelen, obligaties of een tweede huis) geldt in 2026 een fictief rendement van 6,00%. Dit is aanzienlijk hoger dan de 1,28% voor spaargeld. Zelfs als je in werkelijkheid verlies hebt gemaakt, gaat de fiscus uit van deze winst.
Stel dat diezelfde € 100.000 volledig in aandelen zou zitten (als alleenstaande):
- De grondslag blijft € 40.643.
- Het fictief rendement is nu echter 6,00%: € 40.643 x 6,00% = € 2.438,58.
- De belasting (36%) bedraagt dan: € 2.438,58 x 36% = € 877,89.
Je betaalt in dit geval dus ruim vier keer zoveel belasting als wanneer je het geld op een spaarrekening had laten staan.
Slimme strategieën om je belastingdruk te minimaliseren
Niemand betaalt graag te veel belasting. Gelukkig biedt de wetgeving diverse mogelijkheden om je vermogen fiscaal te optimaliseren. Hieronder bespreken we de belangrijkste strategieën in detail, zodat je precies weet welke opties voor jou relevant kunnen zijn.
1. Benut het fiscaal partnerschap optimaal
Zoals we eerder hebben gezien, is fiscaal partnerschap een krachtig instrument. Maar wist je dat je als partners vrij mag schuiven met je vermogen in de aangifte? Het maakt voor de Belastingdienst niet uit wie van de twee het geld daadwerkelijk bezit; in de aangifte mag je de verdeling kiezen die voor jullie het meest gunstig is. Dit is vooral interessant als één van beide partners nog niet aan zijn of haar heffingsvrije vermogen zit, terwijl de ander eroverheen gaat. Door slim te schuiven, kun je voorkomen dat een deel van het vermogen onnodig belast wordt. Experimenteer tijdens het invullen van de aangifte dus altijd met verschillende verdelingen om te zien wat onderaan de streep het minste belasting oplevert.
2. Groen beleggen: dubbel voordeel
De overheid stimuleert duurzame investeringen via de regeling voor groen beleggen. Als je geld steekt in specifieke groene fondsen die door de Belastingdienst zijn erkend, profiteer je van twee aanzienlijke voordelen. Ten eerste geldt er een extra vrijstelling in box 3. In 2026 is deze vrijstelling maar liefst € 26.715 per persoon (en het dubbele voor partners). Dit bedrag komt bovenop je reguliere heffingsvrije vermogen. Ten tweede krijg je een extra heffingskorting in box 1. Dit betekent dat je direct minder inkomstenbelasting betaalt. Hoewel het rendement op groene fondsen soms iets lager is dan bij reguliere beleggingen, kan het fiscale voordeel dit ruimschoots compenseren, zeker bij grotere vermogens.
3. Schulden en de drempelwaarde
Heb je schulden die niet in box 1 vallen (zoals een hypotheek voor je eigen woning)? Dan vallen deze in box 3. Denk hierbij aan een consumptief krediet, een studieschuld, of een hypotheek op een tweede woning. Deze schulden mag je van je bezittingen aftrekken, waardoor je belastbare vermogen daalt. Let wel op: er geldt een drempelbedrag. Alleen het deel van de schuld dat boven de € 3.800 (of € 7.600 voor partners) uitkomt, is aftrekbaar. Het is daarom verstandig om kleine schulden eventueel af te lossen als ze onder deze drempel blijven, omdat ze dan fiscaal niets opleveren maar wel rente kosten. Grote schulden kunnen daarentegen juist helpen om je vermogen onder de heffingsvrije grens te brengen.
4. Pensioenbeleggen en jaarruimte
Een van de meest effectieve manieren om vermogensbelasting te vermijden, is door gebruik te maken van je jaarruimte. Geld dat je stort op een geblokkeerde pensioenrekening (lijfrente) telt namelijk niet mee voor je vermogen in box 3. Het verdwijnt als het ware uit het zicht van de vermogensrendementsheffing. Daarnaast is de inleg aftrekbaar van je inkomen in box 1, wat je direct een belastingteruggave kan opleveren (afhankelijk van je belastingtarief kan dit oplopen tot 37% of zelfs 49,5%). Het nadeel is uiteraard dat je niet meer vrij over dit geld kunt beschikken tot je pensioenleeftijd, maar als je het geld voorlopig toch niet nodig hebt, is dit vaak de meest rendabele optie.
5. Timing van uitgaven en schenkingen
Omdat de peildatum heilig is (1 januari), kan het lonen om grote uitgaven of schenkingen slim te plannen. Ben je van plan om een nieuwe auto te kopen, je huis te verbouwen of een schenking te doen aan je kinderen? Doe dit dan vóór 1 januari. Op die manier verlaag je je banksaldo precies op het moment dat de fiscus de foto van je vermogen maakt. Een uitgave op 31 december zorgt ervoor dat dat bedrag niet meetelt voor het hele komende belastingjaar. Wacht je tot 2 januari? Dan betaal je over dat geld nog een heel jaar lang vermogensbelasting, terwijl je het eigenlijk al hebt uitgegeven.
Conclusie: hoeveel belasting betaal je over €100.000 spaargeld in 2026
Over € 100.000 spaargeld betaal je in 2026 als alleenstaande slechts een klein bedrag aan belasting (ongeveer € 187). Voor fiscale partners is dit bedrag zelfs volledig belastingvrij. De echte pijn zit hem vooral bij beleggingen, waar het fictieve rendement veel hoger ligt.
Wil je precies weten waar je aan toe bent? Gebruik dan onze handige online calculators of raadpleeg een financieel adviseur voor jouw specifieke situatie.
Veelgestelde vragen over belasting op spaargeld (FAQ)
Heb je na het lezen van dit artikel nog vragen? Hieronder beantwoorden we de meest gestelde vragen over de vermogensbelasting in 2026.
De Belastingdienst kijkt niet naar hoeveel spaargeld je gedurende het hele jaar hebt, maar maakt een momentopname. Voor de belastingaangifte over 2026 is de peildatum 1 januari 2026. Het saldo dat op die specifieke datum op je rekeningen stond, is dus bepalend voor je aangifte. Heb je later in het jaar geld opgenomen of juist extra gespaard? Dat heeft geen invloed op de belasting die je over 2026 betaalt.
Ja, ook contant geld behoort tot je vermogen in box 3. Er geldt echter wel een extra vrijstelling voor contant geld. In 2026 mag je als alleenstaande tot € 653 aan contant geld in huis hebben zonder dat je dit hoeft op te geven. Voor fiscale partners is dit bedrag € 1.306. Heb je meer contant geld in huis? Dan moet je het volledige bedrag boven deze drempel optellen bij je overige spaargeld.
Spaargeld op een buitenlandse bankrekening telt volledig mee voor je vermogen in box 3. De Belastingdienst wisselt automatisch gegevens uit met banken in andere EU-landen en veel landen daarbuiten. Denk dus niet dat de fiscus dit geld niet ziet; je bent verplicht om dit saldo gewoon op te geven bij je belastingaangifte.
Als jullie fiscale partners zijn, doen jullie samen aangifte. Dit betekent dat jullie alle bezittingen en schulden op één hoop mogen gooien. Heb jij veel spaargeld, maar heeft je partner een studieschuld of persoonlijke lening? Dan mag je die schuld (boven de drempel van € 3.800 per persoon) aftrekken van jullie gezamenlijke totaalvermogen. Dit kan de te betalen belasting aanzienlijk verlagen.
Nee, in het huidige stelsel betaal je geen belasting over de werkelijke rente die je ontvangt. Je betaalt belasting over een fictief rendement. Of je nu 0,5% of 4% rente krijgt van je bank, de Belastingdienst rekent in 2026 met het vastgestelde percentage van 1,28% voor spaargeld. Dit is voordelig als je een hoge spaarrente ontvangt, maar nadelig als je rente lager is dan dit percentage.
Het kabinet is al enige tijd bezig met plannen voor een nieuw belastingstelsel in box 3, waarbij gekeken wordt naar het werkelijke rendement dat je hebt behaald. De invoering hiervan is echter complex en al meerdere keren uitgesteld. Op dit moment is de verwachting dat dit nieuwe stelsel op zijn vroegst in 2027 of 2028 zal ingaan. Tot die tijd blijven we te maken houden met de overbruggingswetgeving en fictieve rendementen.

