De regels voor vermogensbelasting veranderen voortdurend. Ook in 2026 zijn er weer nieuwe plannen. Deze wijzigingen hebben direct invloed op jouw geld. Heb je spaargeld, beleggingen, crypto’s of een tweede huis? Dan krijg je waarschijnlijk te maken met de vermogensrendementsheffing in box 3. Via deze pagina kun je jouw vermogensbelasting 2026 berekenen en zien hoe je hier eventueel op kunt besparen.
Introductie – kom alles te weten over de vermogensbelasting in 2026
In dit artikel leggen we uit hoe de vermogensbelasting in 2026 werkt. We vertellen je wat de tarieven zijn en hoeveel je belastingvrij mag hebben. Daarnaast kun je met onze nieuwe tool direct zelf je vermogensbelasting berekenen. Ook bespreken we situaties zoals een tweede woning, schulden en emigreren.
Gebruik onze tool om jouw vermogensbelasting te berekenen voor 2026
Via onze vermogensbelasting 2026 bereken tool kun je direct uitrekenen wat jij en jouw eventuele partner gaan betalen aan vermogensbelasting.
Let op, aan deze tool kunnen geen rechten worden ontleent. Wij raden iedereen die advies wil om contact op te nemen met een financieël adviseur. Dit is de beste bron voor belastingadvies op maat.
Wanneer ben je fiscaal partner?
Je bent niet zomaar fiscaal partner. De Belastingdienst heeft hier namelijk strenge regels voor. Het is belangrijk om te weten of je hieraan voldoet, want dit bepaalt of je samen aangifte mag doen.
In de eerste plaats ben je automatisch fiscaal partner als je getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap hebt. Woon je alleen samen zonder trouwring? Dan ben je in bepaalde gevallen toch fiscaal partner. Dit geldt bijvoorbeeld als jullie samen een kind hebben of als jullie samen eigenaar zijn van de woning waarin jullie wonen.
Daarnaast ziet de fiscus jullie als partners als je elkaar hebt aangemeld bij een pensioenfonds. Ook als er een minderjarig kind van één van jullie beiden op het adres staat ingeschreven, tellen jullie als fiscaal partners. Voldoe je aan één van deze eisen? Dan mag je gebruikmaken van de dubbele vrijstelling.
Het Nederlandse belastingstelsel: Box 1, 2 en 3
In Nederland is het inkomen verdeeld in drie zogenoemde ‘boxen’. Elke box heeft namelijk zijn eigen regels en tarieven. Het is daarom belangrijk om het verschil goed te kennen. Zo weet je precies waar je belasting over betaalt.
Box 1 – werk en woning
Inkomen uit werk en woning. Hier valt voornamelijk je salaris of uitkering onder. Daarnaast horen ook de winst uit je eigen bedrijf (zoals een eenmanszaak) en je eigen woning in deze box thuis.
Box 2 – aanmerkelijk belang
Aanmerkelijk belang. Dit is relevant als je minimaal 5% van de aandelen in een bedrijf bezit. Dit geldt bijvoorbeeld vaak voor ondernemers met een eigen BV.
Box 3 – sparen en beleggen
Hier gaat dit artikel specifiek over. Dit betreft namelijk je vermogen, zoals spaargeld, aandelen en een tweede huis. De Belastingdienst kijkt hierbij naar hoeveel vermogen je hebt, en niet direct naar hoeveel winst je daarmee maakt.
Diepgaand: wat is vermogensbelasting (Box 3 belasting)?
Je betaalt in Nederland belasting over je vermogen. Dit noemen we ook wel de box 3-belasting. De Belastingdienst gaat er namelijk vanuit dat je winst maakt met je vermogen. Bijvoorbeeld rente op je spaargeld of dividend uit aandelen. Over deze winst moet je belasting betalen.
Vroeger rekende de fiscus met een vast percentage over al je geld. Het maakte niet uit of het op een spaarrekening stond of in aandelen zat. Dat is nu echter anders. Sinds de invoering van het overbruggingsstelsel kijkt de Belastingdienst namelijk naar de werkelijke verdeling. Er zijn drie groepen:
- Spaargeld
- Overige bezittingen (zoals beleggingen)
- Schulden
Voor elke groep geldt een eigen percentage. Dit percentage ligt dichter bij de werkelijkheid dan voorheen.
Hoe wordt de vermogensbelasting berekend?
De berekening is best lastig. We leggen het hieronder stap voor stap uit.
Stap 1: Tel je vermogen op
Kijk wat je bezit op 1 januari 2026. Maak onderscheid tussen:
- Spaargeld: Geld op de bank en contant geld.
- Overige bezittingen: Aandelen, crypto’s, tweede huis, etc.
Stap 2: Trek je schulden eraf
Heb je schulden in box 3? Bijvoorbeeld een lening voor een tweede huis? Die mag je aftrekken. Maar let op: de eerste € 3.800 telt niet mee. Alleen het deel daarboven mag je aftrekken.
Stap 3: Bereken het rendement
Nu gebruik je de percentages van de Belastingdienst:
- Spaargeld: Dit stijgt waarschijnlijk naar 1,28% (was ongeveer 1,03%). Spaarders gaan dus iets meer betalen.
- Overige bezittingen: Dit blijft ongeveer 6,00%. Beleggers betalen dus nog steeds veel belasting.
- Schulden: De aftrek stijgt iets naar 2,70%. Dit is gunstig als je schulden hebt in box 3.
Tel de winst van je bezittingen op. Trek de rente van je schulden daarvan af. Dit is je totaal fictief rendement.
Stap 4: Bereken de belasting
De Belastingdienst berekent nu je gemiddelde rendement. Dit percentage passen ze toe op je vermogen boven de vrijstelling. Daarover betaal je vervolgens 36% belasting.
Klinkt dit ingewikkeld? Dat is het ook. Gebruik daarom onze calculator. Die doet het rekenwerk voor je.
Belangrijke cijfers voor de vermogensbelasting in 2026 (en de verschillen met 2025)
Wil je weten hoeveel je moet betalen? Dan zijn een paar cijfers belangrijk. Hieronder zie je de grootste veranderingen ten opzichte van 2025.
1. Heffingsvrij vermogen stijgt (Voordelig)
Je hoeft niet over al je geld belasting te betalen. Iedereen heeft recht op een heffingsvrij vermogen. Dit noemen we ook wel de belastingvrije voet. Dit bedrag gaat in 2026 iets omhoog.
- 2025: € 57.684 (alleenstaand) / € 115.368 (partners)
- 2026: € 59.357 (alleenstaand) / € 118.714 (partners)
Wat betekent dit? Je mag meer geld hebben zonder dat je belasting betaalt. Dat scheelt je dus geld.
2. Belastingtarief blijft gelijk (Neutraal)
Heb je meer vermogen dan de vrijstelling? Dan betaal je belasting over de winst die je daarover maakt. Het tarief blijft in 2026 staan op 36%. Dit is hetzelfde als in 2025.
3. Fictieve rendementen (Nadelig voor spaarders?)
De Belastingdienst rekent met fictieve rendementen. Dit zijn percentages die zij vaststellen. Voor 2026 verwachten we het volgende:
- Spaargeld: Dit stijgt waarschijnlijk naar 1,28% (was ongeveer 1,03%). Spaarders gaan dus iets meer betalen.
- Overige bezittingen: Dit blijft ongeveer 6,00%. Beleggers betalen dus nog steeds veel belasting.
- Schulden: De aftrek stijgt iets naar 2,70%. Dit is gunstig als je schulden hebt in box 3.
Specifieke vermogensbestanddelen
Niet elk bezit wordt hetzelfde belast. Het is daarom belangrijk om te weten in welke groep jouw geld valt. Het verschil in belasting is namelijk groot (1,28% tegenover 6,00%).
Tweede woning en verhuurd vastgoed
Hoe zit het met een tweede huis? In 2026 valt een tweede woning in de groep ‘Overige bezittingen’. De fiscus rekent hier met 6,00% rendement over de WOZ-waarde. Dat is veel meer dan bij spaargeld. Verhuur je de woning? De echte huurinkomsten zijn onbelast, maar de belastingdruk is wel hoog door het fictieve rendement.
Cryptovaluta (Bitcoin, Ethereum)
Heb je crypto’s? Ook die vallen onder ‘Overige bezittingen’. De Belastingdienst ziet dit namelijk als een risicovolle belegging. Daarom rekenen ze met 6,00% rendement. Je moet de waarde in euro’s opgeven per 1 januari 2026. Stijgt of daalt de koers daarna? Dat maakt voor je aangifte van dat jaar echter niet uit.
Contant geld en goud
Heb je veel contant geld thuis? Tot een bepaald bedrag is dit vrijgesteld (in 2025 was dit € 653). Heb je meer? Dan moet je dit opgeven als ‘Spaargeld’. Heb je goud of zilver? Dat valt weer onder ‘Overige bezittingen’ (6,00%). De fiscus ziet dit namelijk als een belegging.
Rekenvoorbeeld rendementsbelasting 2026
Laten we een voorbeeld nemen. Stel, Jan is alleenstaand. Op 1 januari 2026 heeft hij:
- Spaargeld: € 60.000
- Beleggingen: € 40.000
- Geen schulden
Zijn totaal is € 100.000. Hij mag € 59.357 belastingvrij hebben. Hij moet dus betalen.
De berekening:
- Winst spaargeld: € 60.000 x 1,28% = € 768
- Winst beleggingen: € 40.000 x 6,00% = € 2.400
- Totale winst: € 3.168
- Gemiddeld rendement: 3,168%
- Belastbaar deel: € 100.000 – € 59.357 = € 40.643
- Belastbare winst: € 40.643 x 3,168% = € 1.287,57
- Te betalen belasting: € 1.287,57 x 36% = € 463,53
Jan betaalt dus € 463,53 aan de Belastingdienst.
Tips om minder vermogensbelasting te betalen (box 3 belasting)
Je betaalt liever niet te veel. Gelukkig zijn er manieren om je belasting te verlagen.
1. Fiscaal partnerschap
Heb je een partner? Dan mag je samen aangifte doen. Je mag jullie vermogen verdelen zoals je wilt. Het heffingsvrij vermogen is samen dubbel zo hoog. Door slim te verdelen kun je soms net onder een grens blijven.
2. Groen beleggen
Beleg je in een groenfonds? Dan krijg je extra voordeel. Je hebt namelijk een extra vrijstelling. In 2026 is die € 26.715 per persoon. Let op: dit was vroeger veel hoger. De regeling is dus versoberd. Wel krijg je nog steeds korting op je inkomstenbelasting.
3. Pensioenbeleggen (Jaarruimte)
Zet je geld vast voor je pensioen? Dan telt dit niet mee in box 3. Dit is een hele goede manier om belasting te besparen. Bovendien mag je de inleg aftrekken van je inkomen.
Wil je weten hoeveel je mag inleggen? Gebruik dan onze Jaarruimte Calculator.
4. Schulden en de drempel
Heb je kleine schulden? Los ze niet direct af als je daarmee boven de drempel van € 3.800 komt. Schulden boven deze drempel verlagen namelijk je belasting. Reken wel goed of de rente die je betaalt niet hoger is dan je voordeel.
5. Emigreren
Sommige mensen kiezen ervoor om te emigreren. Woon je niet meer in Nederland? Dan betaal je hier meestal geen vermogensbelasting meer. Tenzij je hier nog vastgoed hebt. Landen als België hebben geen vermogensbelasting. Dat kan daarom aantrekkelijk zijn.
6. Let op: Peildatumarbitrage
Sommige mensen proberen slim te zijn. Ze verkopen hun beleggingen vlak voor 1 januari. Ze zetten het geld even op een spaarrekening. Na 1 januari kopen ze de beleggingen weer terug. Het doel? Profiteren van het lage tarief voor spaargeld.
Pas hiermee op. De Belastingdienst noemt dit peildatumarbitrage. Als je dit doet zonder zakelijke reden, prikken ze erdoorheen. Je betaalt dan alsnog het hoge tarief. Bovendien loop je transactiekosten en koersrisico.
Toekomst: Nieuw stelsel pas in 2028
Het huidige systeem met fictieve rendementen is tijdelijk. Het plan was om snel over te stappen naar een belasting op werkelijk rendement. Je betaalt dan alleen over wat je écht hebt verdiend.
Dit nieuwe stelsel is echter uitgesteld. Het komt er waarschijnlijk pas in 2028. Tot die tijd blijven we rekenen met de fictieve percentages. Is je echte rendement lager dan het fictieve rendement? Maak dan bezwaar tegen je aanslag. Er lopen rechtszaken die mogelijk leiden tot compensatie.
Advies over Box 3 belasting nodig?
Heb je een ingewikkelde situatie? Bijvoorbeeld met een eigen bedrijf, veel vastgoed of vermogen in het buitenland? Dan is het slim om hulp te zoeken. De regels zijn soms lastig. Een foutje is zo gemaakt.

Neem daarom contact op met een financieel adviseur of belastingexpert. Zij kijken met je mee. Ze kunnen je precies vertellen wat in jouw geval de beste keuze is. Zo weet je zeker dat je aangifte klopt. En dat je niet te veel betaalt.
Conclusie
De regels voor 2026 zijn niet compleet anders, maar er zijn wel verschillen. Je mag iets meer belastingvrij hebben. Maar spaarders gaan waarschijnlijk iets meer betalen. Voor beleggers blijft de belasting hoog.
Het is slim om goed naar je geld te kijken. Gebruik vrijstellingen en verdeel je vermogen slim met je partner. Wil je precies weten waar je aan toe bent? Gebruik dan onze calculator bovenaan deze pagina. Zo zie je direct wat je in 2026 moet betalen.
Disclaimer: De berekeningen in dit artikel zijn een schatting. De regels kunnen nog veranderen. Kijk voor de zekerheid altijd op de site van de Belastingdienst of vraag een adviseur.
Veelgestelde vragen (FAQ)
Je doet aangifte in het voorjaar van 2027. Meestal tussen 1 maart en 1 mei. De Belastingdienst kijkt naar je vermogen op 1 januari 2026.
Nee, je eigen auto telt niet mee. Ook je inboedel niet. Heb je een dure oldtimer als belegging? Dan kan de fiscus dit wel meetellen.
De peildatum is altijd 1 januari. Wat je op 2 januari doet, heeft geen invloed meer op dat jaar.
Schenk je geld voor 1 januari? Dan verlaag je je vermogen. In 2026 mag je kinderen € 6.633 belastingvrij schenken. Aan anderen mag je € 2.658 geven.
Is de erfenis nog niet verdeeld? Dan hoef je deze vaak nog niet op te geven. Staat het geld op 1 januari op jouw rekening? Dan telt het wel mee.
Ja, het vermogen van minderjarige kinderen (onder de 18 jaar) telt mee bij de ouders. Je moet dit dus bij je eigen vermogen optellen. Is je kind 18 jaar of ouder? Dan doen ze hun eigen aangifte.
Ja, een tweede woning in het buitenland moet je opgeven in box 3. Je betaalt hierover in Nederland belasting. Vaak betaal je in het buitenland ook belasting. Om dubbele belasting te voorkomen, krijg je in Nederland meestal een vermindering (aftrek ter voorkoming van dubbele belasting).
Je aandeel in het reservefonds van de Vereniging van Eigenaren (VvE) moet je opgeven. Goed nieuws: dit valt onder de categorie ‘Spaargeld’ (laag tarief) en niet onder ‘Overige bezittingen’. Dit is gunstiger voor je belastingaanslag.
Geld dat je uitleent, is voor jou een vordering. Dit valt in box 3 onder ‘Overige bezittingen’. De fiscus rekent hier dus met het hoge rendement van 6,00%. Voor de lener is het een schuld (aftrekbaar tegen 2,70%).
Meestal niet. Kunst en antiek voor eigen genot in je eigen huis zijn vrijgesteld. Heb je het puur als belegging (bijvoorbeeld in een kluis of verhuurd aan een museum)? Dan telt het wel mee als ‘Overige bezitting’.

